|
|
DE TEELT VAN CANNABIS
Hennep wordt veelvuldig geteeld voor de winning van marihuana (wiet). De teelt van cannabis ziet op het gehele productie-proces. Dit betekent van stekje tot wiet. Niet alleen de teelt van wiet, maar ook de teelt van hennep-stekken behoort tot de strafbare cannabisteelt. Ook de handel in hennepstekken is strafbaar. Dit geldt ook voor hele kleine stekken, die gewoonlijk nog relatief weinig werkzame stof (THC) bevatten. Ieder deel van de hennepplant, waaraan de hars niet is onttrokken, valt onder de werking van de Opiumwet. Dit ongeacht het THC-gehalte van de plant. De wetgeving en de jurisprudentie is op dit gebied duidelijk.
- Beroeps- en bedrijfsmatige teelt
- Niet bedrijfsmatige teelt
- Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
- Cannabis en belasting
- Strafmaat
- Teelt van cannabis in huurwoningen
Beroeps- en bedrijfsmatige teelt
Bij de opsporing ligt de prioriteit bij de beroeps/bedrijfsmatige teelt. Bij de vaststelling van hetgeen beroeps/bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren een rol:
- de schaalgrootte van de teelt (d.w.z. de hoeveelheid planten);
- het soort perceel waarop geteeld wordt;
- gebruik van teeltapparatuur (belichting, verwarming, bevloeiing, etc.);
- de rol van de verdachte: is er bijvoorbeeld sprake van het gedurende langere tijd investeren in hennepteelt.
De richtlijnen maken duidelijk dat in de ogen van justitie al zeer gauw sprake is van professionele hennepteelt.
In geval van teelt van niet meer dan 5 planten wordt aangenomen dat sprake is van niet beroeps/bedrijfsmatige teelt. Bij dit aantal mag worden aangenomen dat het een teelt uitsluitend voor eigen gebruik betreft. Teelt door minderjarigen behoort steeds te leiden tot een strafrechtelijke reactie.
Er volgt in dat geval bij ontdekking politiesepot met afstand. De teler dient bij ontdekking dus wel afstand van zijn hennepplanten te doen! Doet de verdachte teler dat niet dan riskeert hij strafvervolging. Ik citeer uit een arrest van het Gerechtshof te Den Bosch van 17 december 2008 (LJN: BG7139, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-004755-07):
“Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat in dit geval door de verdachte niet reeds tijdens het opsporingsonderzoek, doch eerst tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, afstand is gedaan van de op 12 september 2007 in de tuin van zijn woning door de politie aangetroffen en in beslag genomen hennepplanten. Aan bedoelde voorwaarde voor het voorkomen van strafrechtelijke vervolging is hier derhalve niet voldaan. De afstandverklaring ter terechtzitting in eerste aanleg kan daaraan niet afdoen, nu het openbaar ministerie immers op dat moment op goede gronden reeds de strafvervolging had aangevangen. Evenmin kan hieraan afdoen dat de politie op 11 september 2007 de in de tuin van de woning van verdachte aanwezige hennepplanten ongemoeid heeft gelaten, kennelijk met aanzegging aan de verdachte dat hij iets aan de stankoverlast moest doen en de planten moest halveren.
Niet alleen is niet aannemelijk geworden dat de verdachte op 12 september 2007 de hem door de politie aangezegde maatregelen heeft getroffen, ook mocht de verdachte in redelijkheid aan het optreden van de politie op 11 september 2007 niet het vertrouwen ontlenen dat hij niet strafrechtelijk vervolgd zou worden wanneer de hennepplanten bij een daaropvolgend aantreffen door de politie in beslag genomen zouden worden en hij op dat moment geen afstand van de planten zou doen. De omstandigheid dat de verdachte op 12 september 2007 door de politie werd aangehouden wegens belediging van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en aanstonds werd afgevoerd, waardoor hem mogelijk de gelegenheid is ontnomen om ter plaatse een afstandsverklaring te ondertekenen, leidt niet tot een ander oordeel, omdat de verdachte ook bij gelegenheid van zijn verhoor nog afstand van de in beslag genomen hennepplanten had kunnen doen, maar dat heeft nagelaten”.
De teler van niet meer dan vijf hennepplanten die wel tijdig afstand van zijn planten had gedaan, kwam er diezelfde dag bij hetzelfde Hof beter vanaf. Citaat uit inhoudsopgaaf van het arrest (LJN: BG7141, Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 20-000247-08):
“Gedoogbeleid. Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de strafvervolging ter zake van het telen c.q. aanwezig hebben van niet meer dan vijf hennepplanten en 2180 gram hennep, nu aangenomen moet worden dat de losse hennepproducten van diezelfde planten afkomstig zijn”.Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
Bij de ontdekking van hennepteelt zal de politie proberen vast te stellen of er in strijd met de Opiumwet gelden zijn verdiend. De politieambtenaar die de kwekerij betreedt, gaat vaak volgens een vast stramien te werk. Citaat uit een standaard proces-verbaal:
“Door mij/ons, rapporteur(s), is ten tijde van het ontmantelen van de hennepkwekerij getracht vast te stellen of er aanwijzingen waren die er op duidden dat er een eerdere
oogst is geweest in de ontmantelde hennepkwekerij. Door mij, rapporteur, is het navolgende gebleken (aankruisen wat van toepassing is):
Er lag dik stof op:
{ } de kappen van de armaturen van de assimilatielampen
{ } het stoffilter van de koolstofcilinder
{ } de aanwezige elektra
{ } het rotorblad van de ventilator
{ } de kachel
overig
{ } Er zat kalkaanslag op het materiaal van het irrigatiesysteem;
{ } Er was afval aanwezig:
{ } Hennepafval op de grond
{ } Hennepafval in zakken
{ } Hennepaanslag op de aangetroffen schaartjes
{ } De schaartjes stonden in vloeistof
{ } Er was oude aardeafval in zakken / potten
{ } Er werden gebruikte lege potten aangetroffen
{ } Er was afval aanwezig in de vloeistofbak
{ } Er waren lege voedingsflessen aanwezig
Overig
{ } Er zijn notities of er is een agenda aangetroffen waaruit een eerdere oogst blijkt (bijvoegen)
{ } Er is gedroogde hennep aangetroffen
{ } Er zijn droogrekjes met oud hennepafval aangetroffen
anders (hier omschrijven)”
Voor de schatting van de winst die is behaald met de teelt van hennep wordt gebruik gemaakt van een standaard berekening. Klagen over het gebruik van deze standaardberekening heeft alleen zin als overtuigend aannemelijk kan worden gemaakt op grond van welke feiten en omstandigheden de standaardberekening in een bepaalde zaak niet van toepassing is. De Hoge Raad keurt het gebruik van een gestandaardiseerde berekening niet af zo blijkt uit het arrest van 1 april 2008. (LJN: BC8581, Hoge Raad , 01199/07 P)
Citaat uit inhoudsindicatie arrest:
“Profijtontneming. Conclusie AG over de gemiddelde opbrengst per plant van 28.2 gram, ontleend aan het rapport "Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht, uitgave van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie" van april 2005. HR: 81 RO”.
Door de voorzitters van de sectoren strafrecht zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop zal worden omgegaan met ontnemingsvorderingen bij hennepteelt.
(LOVS: 19-9-2008)
1. Bij het berekenen van het behaalde wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt dient, indien mogelijk, als uitgangspunt te worden genomen de werkelijke opbrengst die de specifieke hennepkwekerij in de voorliggende casus heeft behaald.
2. Indien het uit het dossier en het verhandelde ter zitting het werkelijk behaalde voordeel onvoldoende blijkt, wordt een fictieve opbrengst berekend.
3. Als uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter zitting de details van de hennepkwekerij blijken (waaronder met name het aantal planten per vierkante meter), dan kan
aan de hand van het BOOM-rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht; Standaardberekening en normen” een redelijk nauwkeurige
berekening van de fictieve opbrengst (gewicht) per hennepplant worden gemaakt.
4. Indien deze details (en met name het aantal planten per vierkante meter) niet bekend zijn, wordt bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van een
opbrengst van 28,2 gram hennep per hennepplant. Deze waarde vertegenwoordigt de gemiddelde opbrengst, dat wil zeggen de opbrengst die door 50% van de hennepkwekerijen
ten minste wordt gehaald.
5. Bovenstaande laat onverlet dat het onderzoek ter terechtzitting mogelijk tot een andere uitkomst leidt.
Het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” van Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie uit april 2005 bevat de standaardberekening en normen. Ik citeer uit dit rapport:
A. Opbrengst
De volgende bouwstenen bepalen de totale opbrengst:
1. De periode van hennepkweek zal aannemelijk gemaakt moeten worden;
2. Aantal oogsten: periode gedeeld door een kweekcyclus van 10 weken;
3. Aantal planten aanwezige aantal planten tijdens ontmanteling kwekeri;j
4. Opbrengst hennep in grammen afhankelijk van aantal planten per m2; indien het aantal planten per m2 niet bekend is, zal uitgegaan worden van 15 planten per m2, de mediaan uit het verrichte onderzoek, en de daarbij behorende opbrengst van 28,2 gram per plant. (Bij minder planten per vierkante meter stijgt de opbrengst per plant. 1 plant levert dan volgens de tabel 34,3 gram op. Bij 40 planten per vierkante meter daalt de opbrengst tot 14,2 gram per plant.)
5. Opbrengst hennep in geld € 2.370,- per kilogram.
De opbrengst van een kwekerij met 350 planten, 20 planten per m2 en een periode van 52 weken bedraagt dan:
5 (aantal oogsten) x 350 (aantal planten) x 25,7 (grammen/plant) x € 2,37 = € 106.590,75
B. Kosten
De volgende bouwstenen bepalen de totale kosten:
1. Afschrijvingskosten van de investeringen: afhankelijk van het aantal planten per oogst, zijn de afschrijvingskosten als in onderstaande tabel:
| Aantal planten | Afschrijvingskosten per oogst in € |
| 0 – 199 | 150,- |
| 200 –299 | 200,- |
| 300 – 399 | 250,- |
| 400 – 499 | 300,- |
| 500 – 599 | 350,- |
| 600 – 699 | 400,- |
| 700 – 799 | 450,- |
| 800 – 899 | 500,- |
| 900 – 1.000 | 500,- |
2. Variabele kosten: stekken, kweekmedium, water, voedingsstof € 4,40 per plant.
3. Elektriciteit (alleen in mindering te brengen indien aannemelijk is dat deze kosten ook
daadwerkelijk betaald zijn):
- Indien illegaal afgenomen: de niet betaalde kosten berekend door het energiebedrijf (exclusief administratiekosten etc. in rekening gebracht door het energiebedrijf en exclusief de in rekening gebrachte energiekosten voor de in beslag genomen oogst);
- Indien legaal afgenomen: de berekening door het energiebedrijf of, indien deze berekening niet voorhanden is, een kostenpost per lamp per oogst zoals opgenomen in onderstaande tabel:
Wattage lamp Afgerond per oogst in € 400 90,00 600 125,00 1.000 195,00
4. Kosten knippers (alleen in mindering te brengen indien aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk betaald zijn) € 2,- per plant.
5. Huisvestingskosten: alleen in mindering brengen indien ze niet ook al voor legale doeleinden gemaakt zijn.
De kosten bij bovengenoemde kwekerij van 350 planten, waarbij betrokkene zelf geknipt heeft en de elektriciteit illegaal is afgenomen en nog niet betaald is, bedragen: € 1.250,- (5 x 250,-; afschr.kosten) + € 7.700,- (5 x 350 x 4,40; var. kosten) = € 8.950,-
C. Wederrechtelijk verkregen voordeel = Opbrengst (A) minus kosten (B)
Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt: € 106.590,75 - € 8.950,- = € 97.640,75
Wiettelers zijn over hun met de illegale teelt verdiende inkomsten / winsten Inkomstenbelasting/Premie volksverzekeringen verschuldigd. Ik citeer uit een uitspraak van de belastingkamer van de rechtbank te Haarlem van 25 september 2007 (LJN: BB4973, Rechtbank Haarlem , 06/11990, 06/11991 en 06/11992):
“Eiser heeft een hennepkwekerij gedreven, maar geen administratie bijgehouden, terwijl hij wel administratieplichtig was. De inschatting van de inkomsten door verweerder is niet onredelijk. Eiser enkel gesteld geen inkomst te hebben genoten. Daarmee heeft hij onvoldoende tegenwicht geboden aan de gemotiveerde en gedocumenteerde stellingname van verweerder. Er is geen sprake van cumulatie van de boetes.
4.1. Niet in geschil is dat eiser een hennepkwekerij heeft gedreven. Eiser heeft van het uitoefenen van het bedrijf geen administratie bijgehouden, terwijl hij wel administratieplichtig was.
Mitsdien is niet voldaan aan de in artikel 52, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) vervatte verplichting. Ingevolge artikel 27e, onderdeel b, van de AWR dient om deze reden het beroep ongegrond te worden verklaard tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.
4.2. De rechtbank acht, gelet op de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting, niet aannemelijk dat naast eiser ook anderen inkomsten uit de hennepkwekerij hebben genoten. Eisers stelling dat ook anderen als medeverdachten zijn aangemerkt, acht de rechtbank onvoldoende om ook aan die anderen, van wie de rol in de onderhavige hennepteelt niet duidelijk is geworden, inkomsten uit deze hennepteelt toe te rekenen. Verweerder heeft de door hem berekende inkomsten gebaseerd op door hem overgelegde deskundigenrapporten. Naar het oordeel van de rechtbank leidt dit in beginsel niet tot een onredelijke schatting van de door eiser genoten inkomsten.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de omvang van met hennepkweek samenhangende inkomsten en kosten, gelet op het verboden karakter van de hennepkweek, zich moeilijk laten inschatten. Niet uit te sluiten valt dat eiser, zoals hij stelt, niet in staat is geweest met de door hem aangeschafte hennepplantjes een oogst te behalen die in omvang en kwaliteit kan worden vergeleken met de oogst van ervaren kwekers. Eiser heeft zich er evenwel toe beperkt bij monde van zijn gemachtigde te weerspreken dat hij enige inkomst heeft genoten.
Daarmee heeft hij, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende tegenwicht geboden aan de gemotiveerde en gedocumenteerde stellingname van verweerder. De slotsom is dat het beroep tegen de winstcorrectie ongegrond is”.
De belastingdienst heft geen BTW over de handel in wiet en hasjiesj. Heffing van BTW over binnen de Europese Unie absoluut verboden zaken (drugs en vals geld) is namelijk niet toegestaan.
Ondanks het feit dat nergens in de Europese Unie de handel in hennepstekken is toegestaan, wordt over deze handel in Nederland wel BTW geheven. De belastingrechter merkt hennepstekken niet aan als verdovende middelen en staat toe dat de belastingdienst het algemene tarief (op dit moment 19%) heft.
De Hoge Raad oordeelde op 3 januari 2001
(Zie www.rechtspraak.nl: LJN: AA9242, Hoge Raad , 34781):
“Zo al elke lidstaat van de EG, ook indien daartoe genoopt door een of meer internationale verdragen, een invoer- en verhandelingverbod zou kennen ten aanzien van hennepstekken, die, zoals de onderhavige worden geteeld met het oog op verkoop voor productie van een verdovend middel, dan nog kan dit, naar redelijkerwijs niet voor twijfel vatbaar is, niet tot de conclusie leiden dat de onderhavige levering buiten de heffing van de omzetbelasting valt, aangezien, naar het Hof heeft vastgesteld, de hennepstekken zelf geen verdovende middelen zijn en deze ook overigens, zoals uiteengezet in onderdeel 4.12 van de conclusie van de Advocaat-Generaal, geen goederen zijn die in zichzelf schadelijk zijn voor de openbare orde, de volksgezondheid of een dergelijk dringend belang, maar verboden zijn in verband met de omstandigheid dat zij geschikt en bestemd zijn voor het voortbrengen van producten waaruit een dergelijke schadelijke stof (een verdovend middel) kan worden gewonnen. Mede gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de EG van 29 juni 1999, zaak C-158/98 (Coffeeshop Siberië), BNB 2000/178, - met name op rechtsoverweging 9 - dient de levering van een dergelijk goed, dat zelf nog geen schadelijk, verboden verdovend middel is, niet van heffing van omzetbelasting te worden uitgesloten. In dit verband wordt opgemerkt dat het hiervóór genoemde verbod van de Opiumwet niet absoluut is in die zin dat daaronder valt elk voorhanden hebben en verhandelen van hennepstekken buiten het strikt gereglementeerde gebruik voor medische en wetenschappelijke doeleinden (onderdeel 4.20 van de conclusie van de Advocaat-Generaal)”.
Ondernemers die handelen in hennepstekken zijn over hun illegale winst Inkomstenbelasting/ Premie volksverzekeringen verschuldigd. Over hun behaalde omzet hennepstekken dienen zij Omzetbelasting (BTW) af te dragen. Omdat geen enkele leverancier een factuur zal uitreiken, wordt de BTW geheven over het bedrag van de omzet (dus zonder rekening te houden met de inkoop).
Sinds 1 januari 1997 is de belastingdienst niet langer neutraal. De belastingdienst heft belastinggelden over inkomsten. Het speelt hierbij geen enkele rol als de inkomsten in strijd met de wet zijn verworven. Aan de kostenzijde is de neutraliteit in de Wet op de Inkomstenbelasting opgeheven. Indien de hennepteler of stekkenhandelaar na afdracht van belastingen door de strafrechter wordt veroordeeld wegens de teelt van hennep of de handel in hennepstekken kan de belastingdienst de kosten die verband houden met het misdrijf waarvoor hij is veroordeeld bij de winst tellen.
Voor alle duidelijkheid. Door belasting te betalen blijft de handelaar in hennepstekken of de teler van wiet na ontdekking geen strafrechtelijke procedure strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bespaard. Wel volgt uit de wet dat geen ruimte bestaat om winstbelasting te heffen over inkomsten die aan de veroordeelde belastingplichtige door de strafrechter zijn ontnomen met toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.Door het College van Procureurs-Generaal zijn richtlijnen opgesteld inzake het opsporings- en strafvorderingsbeleid strafbare feiten Opiumwet. Deze richtlijnen zijn als beleidsregels gepubliceerd op de internetsite van het openbaar ministerie (www.om.nl).
Ook de voorzitters van de sectoren strafrecht van de rechtbanken hebben omwille van de rechtseenheid afspraken gemaakt over de strafoplegging. Deze afspraken zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Op 1 november 2008 zijn de volgende afspraken gemaakt: (citaat)
Art. 3, onder B, Opiumwet hennepkwekerijen
(LOVS: 15-9-2000, 31-10-2008)
Het min of meer bedrijfsmatig of in ieder geval met een zekere professionaliteit kweken van hennepplanten in ruimtes zoals een (woon)huis, loods of andere soortgelijke ruimte met als
kennelijk doel de verkoop van de geoogste planten. Het betreft een verdachte die voor dit delict first offender is en die niet in het kader van een georganiseerd verband handelt. Uitgangspunt bij hantering van deze oriëntatiepunten is dat het financieel voordeel is/ wordt ontnomen en dat apparatuur is/wordt verbeurdverklaard en/of onttrokken aan het verkeer.
a. 50-100 planten:
Oriëntatiepunt: € 900 geldboete
(per 1 januari 2009: € 1000)
b. 100-500 planten:
Oriëntatiepunt: 6 weken gevangenisstraf
c. 500-1000 planten:
Oriëntatiepunt: 12 weken gevangenisstraf
Algemene richtlijn voor alle oriëntatiepunten
Als de rechter van oordeel is dat kan worden volstaan met een werkstraf geldt het volgende uitgangspunt: 1 dag gevangenisstraf staat in verhouding tot 2 uur werkstraf met een maximum van 240 uur.
Teelt van cannabis in huurwoningen
Ik citeer uit een conclusie van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad bij een arrest van 11 april 2008 (LJN: BC5722, Hoge Raad , C06/338HR).
“Ontbinding van een huurovereenkomst betreffende woonruimte in verband met hennepkweek heeft de nodige jurisprudentie opgeleverd. H.J. ter Meulen merkt in de conclusie van zijn bijdrage in WR-Tijdschrift voor huurrecht van 2004 op:
"Na deze uitvoerige uiteenzetting kan de conclusie kort zijn. In de meeste gevallen zal de exploitatie van hennepkwekerij beoordeeld kunnen worden als een daad van gevaarzetting en dientengevolge als niet goed huurderschap. Het meestal aanwezige commerciële karakter van een hennepkwekerij kan daarnaast tot een ongeoorloofde bestemmingswijziging leiden.
Gevolg is dat de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst annex ontruiming, voor toewijzing gereed ligt, nu deze tekortkomingen niet bijzonder van aard of gering van betekenis zijn. Enkel (zeer) bijzondere woonomstandigheden, die overtuigend moeten blijken, kunnen er nog toe leiden dat de rechter vaststelt dat een ontruiming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, met als gevolg dat de vordering tot ontbinding niet wordt toegewezen." (blz. 324)
In zijn bijdrage in WR-Tijdschrift voor huurrecht van 2007 sluit hij hierop aan met:
"In de afgelopen twee jaar is evenwel weer een behoorlijk aantal hennepuitspraken verschenen (die onder meer betrekking hadden op bijkomende kwesties zoals het beleid van verhuurder) zodat het interessant is om te bezien of de bestendige lijn in de jurisprudentie is doorgetrokken. Dan blijkt dat bij de meeste gerechtelijke instanties (......) de toetsingscriteria (goed huurderschap, bestemming woonruimte, bewijslastverdeling) inderdaad zijn aangescherpt, zij het dat Gerechtshof Amsterdam alsmede enkele kantonrechters nog wel eens wat meer coulance betrachten met de hennep kwekende huurder. ......... .
Voorts blijkt dat het beleid van de collectieve verhuurder (nagenoeg altijd een woningcorporatie) een steeds grotere rol gaat spelen. Dit beleid wordt zo langzaam aan niet alleen de toetssteen waaraan 'goed huurderschap' wordt opgehangen maar het geeft de huurder ook de mogelijkheid om met een kritische beoordeling van dat beleid aan een ontbinding te ontkomen. ..... Maar het geheel overziende moet toch geconcludeerd worden dat afgezien van enkele succesjes voor de huurder, de in de Hennepspecial beschreven lijn in de jurisprudentie, in de afgelopen twee jaar grotendeels is bevestigd."
Heel kort samengevat kan worden gesteld dat bij de teelt van hennep in huurwoningen de kans heel groot is dat de rechter een vordering van de verhuurder strekkende tot ontbinding van de huurovereenkomst gevolgd door ontruiming zal toewijzen.